Goudse kaas in Colombia

Colombia is een land waar je fantastisch lekker kunt eten. Alleen de kaas, tjsa… die is wat flauw. Dat ontdekte ook de in Gouda geboren Tobias Rijnsdorp toen hij in 2013 zes maanden in Cali woonde. Hier ontstond het idee om in Colombia kaas te gaan maken, echte Goudse kaas. Nu, vier jaar later, liggen de eerste kazen op de plank.

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) had me al verteld dat een Nederlandse kaasboer met subsidie vanuit het Dutch Good Growth Fund kaas maakt in Colombia. Het was alleen wel erg toevallig dat deze man de eerste avond dat ik in Bogota ben ‘mijn’ woonkamer binnenstapt. Via Airbnb verblijf ik bij een Colombiaans stelletje en Tobias blijkt met hen bevriend. Niet echt de kaasboer zoals ik me had voorgesteld denk ik, terwijl ik hem de hand schud. Ik had een grote stugge man in gedachten, niet deze vlotte kerel die iets jonger is dan ik. Helaas blijkt een afspraak om meer te horen over zijn onderneming er niet in te zitten; hij gaat de volgende dag met vakantie.

Wanneer ik op Koningsdag Jop Blom interview over sociaal ondernemerschap blijkt het lot toch een handje te helpen en brult hij ‘Tobias!!!!’. Die loopt aan de overkant van de straat en Jop geeft me een ellenboog – ‘Je moet hem even ontmoeten, hij heeft een gaaf project!’. Tobias blijkt zijn vakantie onderbroken te hebben voor de koningsdagreceptie van de Nederlandse ambassadeur en is op zoek naar een oranje das. Hij heeft voor die avond de poffertjeskraam geregeld, en bovendien is de drukbezochte receptie een perfecte gelegenheid om het Nederlandse deel van zijn afzetmarkt te vertellen hoe het met zijn kaasplannen staat.

Tobias laat de oranje das voor wat het is en schuift aan. Hij vertelt me dat het plan om Nederlandse kaas te gaan maken is ontstaan tijdens zijn afstudeeronderzoek voor zijn studie Tropische Landbouw in Cali. Omdat goede Goudse kaas simpelweg niet te krijgen was, brachten Tobias en bezoekende familie of vrienden vaak een stuk mee. Dit viel zo goed in de smaak dat Tobias overtuigd raakte dat Colombianen toe zijn aan een beter kaasassortiment dan wat er nu in de supermarkt ligt.

De melk is binnen

De eerste melk komt binnen. Foto door Felice Hofman

Van droom naar kaas
Ik ben verbaasd dat de kaasplannen overeind zijn gebleven toen Tobias na zijn afstuderen aan het werk ging op de duurzaamheidsafdeling van Heineken. Hij had immers geen ervaring met kaasmaken, laat staan met kaasmaken in Colombia. Waar begin je dan zo’n droom? ‘Gewoon in Nederland’, vertelt Tobias. Nadat hij ontslag nam bij Heineken is hij stage gaan lopen bij twee Nederlandse kaasmakerijen. Het kaasvak bleek hem te liggen en zijn gedachte dat de Colombiaanse zuivelsector mogelijkheden biedt werd gesterkt door een positief markrapport van RVO en Business Bridge over Nederlandse kansen in deze sector. Bij kaasmakerij Van Vliet uit Oudewater vond Tobias tijdens zijn stage niet alleen de kennis die hij nodig had – het bedrijf maakt al generaties lang kaas – ook waren zij geïnteresseerd in overzeese kaasproductie en een partnerschap.

In maart 2016 vertrok de kersverse kaasmaker naar Bogota om zijn plannen te concretiseren en een marktstudie uit te voeren naar de mogelijkheden van kaasmaken in de regio Cundinamarca. In deze tropische hoogvlaktes wordt veel melk geproduceerd en waar goede melk te vinden is, is lekkere kaas dichtbij. Mij lijkt dat het een grote stap moet zijn geweest om daadwerkelijk naar Bogota te vertrekken, maar Tobias legt me uit dat de startsubsidie die hij heeft ontvangen uit het Dutch Good Growth Fund de stap kleiner maakte. Dit fonds van Buitenlandse Zaken ondersteunt Nederlandse MKB-ers die duurzaam willen investeren in opkomende markten en ontwikkelingslanden.

Sociaal ondernemerschap
Eigenlijk ziet Tobias zichzelf meer als sociaal ondernemer, dan als kaasmaker. Dit betekent uiteraard ook iets voor de opzet van zijn onderneming. Economische stabiliteit en werkgelegenheid zijn van groot belang voor de boeren in de regio Cundinamarca, dat heeft geleden onder de oorlog met de FARC. Voorwaarde voor de productie van kaas was dus niet alleen dat het rendabel zou zijn; ook de productiewijze en samenwerkende partijen waren van groot belang. Tobias was opgelucht toen het haalbaar bleek om te gaan samenwerken met een coöperatie van kleine boeren, in plaats van met grote melkleveranciers. Hij sloot een joint venture met een zuivelcoöperatie in het dorp Monquentiva, die in het rapport van RVO al als interessante partner naar voren kwam. Machines en kennis kwamen over uit Nederland; hulp en handel zoals Ploumen het vast voor zich heeft gezien!

Doordat de melk van de 54 kleine boeren (met 10 tot 30 koeien) nu wordt omgezet in ambachtelijke Goudse kaas, wordt er waarde toegevoegd aan de lokale melkketen. Tobias legt me uit dat jonge boeren in het dorp worden getraind om zelfstandig kaas te maken. De boeren krijgen zo meer inkomsten uit hun melk en er is extra werkgelegenheid. Overigens zijn ook de paarden uit het dorp getraind – zij komen iedere ochtend en avond melk leveren en brengen de melkkannen zonder begeleiding weer naar huis. Tobias ziet in deze prachtige omgeving kansen om zijn ambachtelijke bedrijf te koppelen aan ecotoerisme, waarmee Monquentiva op de kaart kan worden gezet.

Ambassadeur op bezoek
Kwaliteitstest door de Nederlandse ambassadeur Jeroen Roodenburg (met links Tobias en rechts de voorzitter van de coöperatie)

 Die avond zie ik op de receptie van de Nederlandse ambassadeur hoe enthousiast iedereen op Tobias en zijn plannen reageert. De bestellingen stromen binnen terwijl de kaasmakerij op dat moment nog niet eens draait. Bij het lezen van dit interview zijn de eerste kazen inmiddels klaar. Jeroen Roodenburg, de Nederlandse ambassadeur, is komen proeven. Echte Goudse kaas!

Op mijn vraag of Tobias van plan is Colombia te blijven, antwoordt hij dat het zijn doel is om de kaasmakerij te laten slagen. Als dat lukt, dan blijft hij. Last van heimwee heeft hij niet, maar het is wel zoeken naar balans. Balans tussen zijn spannende en onvoorspelbare toekomst, en de wetenschap dat zijn vrienden in Nederland zich aan het settelen zijn. Voor twijfels is er echter niet veel tijd. Tobias haalt zijn schouders op; ‘Ik ben vrijgezel, ik heb me niet in grote schulden hoeven steken en ik vind Colombia fantastisch. Wat heb ik te verliezen?’. En dat zou ik eerlijk gezegd ook niet weten.

Meer informatie over Tobias en zijn kaas? Zie https://quesogouda.wordpress.com of stuur hem een mailtje op tobias.rijnsdorp@gmail.com.

Voor meer mooie foto’s van Felice Hofman, zie www.rugzakvolreizen.nl

Over sociaal ondernemen in Colombia – interview met Jop Blom

De zondag voor Koningsdag stapte ik op de fiets voor een oranje fietstocht door Bogota. Met de Nederlandse ambassadeur voorop fietste een lint van oranje uitgedoste Colombianen en Nederlanders door de hoofdstad van Colombia. Pedalear es vida!

Fietstocht Bogota

Al trappend ontmoette ik Jop Blom (42), die sinds een jaar in Bogota woont en werkt. Terwijl hij zijn bakfiets met een van zijn zoontjes door de oranje massa manoeuvreert, vertelt Jop dat hij social entrepeneur is. In Nederland, Zuid-Afrika, Dubai en sinds kort ook Colombia. Daar wil ik meer van weten!

Sociaal ondernemen
Op een zonnige Koningsdag lunchen we in Zona T. Nog in de sfeer van mijn interviews met Colombiaanse ondernemers besluit ik het gesprek met Jop op papier te zetten. Dan betaalt hij de lunch! Een goede deal en ik vraag Jop waarom hij sociaal ondernemer is geworden. Hij vertelt dat het zaadje hiervoor geplant is in zijn bestuursjaar bij AIESEC, tijdens zijn studie (Rechten en Economie). Dit internationale uitwisselingsprogramma stimuleert leiderschap onder studenten en Herman Wijffels, toentertijd voorzitter van de Rabobank, inspireerde met een speech over zaken doen én duurzame, sociale verbetering; social entrepeneurship. Volgens Jop is niet alleen de overheid aan zet om sociaaleconomische vraagstukken op te lossen, maar kan én moet juist ook het bedrijfsleven hierin een essentiële rol spelen.

Na zijn studie wordt Jop in 2002 consultant bij Business Creation. Dit bedrijf zoekt alternatieve oplossingen voor onrendabele Europese fabrieken die op het punt staan te verplaatsen naar een lagelonenland. Super gaaf om net te komen kijken en dan al met grote multinationals te werken. Maar voor Jop niet genoeg, begrijp ik. Want als in 2004 het gijzelingsdrama van Beslan plaatsvindt en president Bush wordt herkozen, vraagt hij zich af welke kant het op gaat met de wereld. Waar zijn de leiders van de toekomst? En wat is zijn eigen rol?

Rebel with a cause
Jop volgt zijn drive voor social impact en zet met Machiel van Dooren EsteamWork op, om partnerschappen tussen bedrijven en NGOs te stimuleren. Nog niemand in Nederland heeft op dat moment social entrepeneur op zijn visitekaartje staan, maar Jop zet het er op omdat hij dát is. Hij ziet dat het bedrijfsleven samenwerking met de publieke sector zoekt, en dat NGO’s op hun beurt beseffen dat ze ook de private sector nodig hebben. Als broker tussen beide sectoren zoekt Jop het gemeenschappelijk belang: het realiseren van maatschappelijke impact. Trots is hij op het driejarig partnerschap tussen Ordina en het Rode Kruis, waarvoor medewerkers van Ordina in Kenia en Oost-Afrika training en ondersteuning gaven bij ICT- en organisatievraagstukken. Het maakte MVO tastbaar en gaf werken bij Ordina meerwaarde. Jop vertelt dat de ervaringen in Afrika lifechanging waren voor medewerkers van Ordina. En aan Jops blik zie ik dat hij het ook als een succes beschouwt dat een aantal van hen bij terugkomst uit Kenia zelfs hun baan opzegde; a rebel with a cause.

In 2009 zet Jop met Dieuwertje Damen social venture Rainbow Collection op. Ze adviseren bedrijven, NGO’s en overheden hoe de duurzaamheid van hun impact en merk te optimaliseren. Jop werkt met organisaties als Red Bull, Tele2, War Child (Kili-challenge) en de Saudi Investment Bank. Rainbow Collection is namelijk niet alleen in Amsterdam actief, maar ook in Dubai, Johannesburg en, nu Jop in Colombia woont, ook in Bogota.

Jop Afrika

Zuid-Afrika en Colombia; parels in de dop
In 2008 gaat Jop met een handelsmissie naar Zuid-Afrika. Het land was al flink in opkomst, maar het WK voetbal in 2010 gaf Zuid-Afrika ook de mogelijkheid internationaal af te rekenen met zijn slechte imago. Voor de verhouding tussen Nederland en Zuid-Afrika betekende dit ook een positieve verandering, aldus Jop. Als echte ondernemer springt hij hier op in; in aanloop naar het WK zet Jop het merk Shake the World op, waarmee hij in Nederland 150.000 fair trade oranje WK-armbandjes verkoopt en werk creëert voor 1000 Zuid-Afrikaanse vrouwen. In 2010 verhuizen Jop en zijn vrouw voor tweeënhalf jaar naar Zuid-Afrika. Om de Millennium Development Goals te promoten verkoopt Jop nog eens 350.000 armbandjes. De campagne brengt miljoenen Zuid-Afrikanen in beweging. Ook wil Jop werken aan de problemen die afgestudeerden uit lagere klassen hebben met het vinden van een goede baan. Het gebrek aan werkervaring, social en business skills vormt voor hen een enorme barrière. Om dit te doorbreken zet Jop de The Experience Factory op, een sociale onderneming waar afgestudeerden werkervaring opdoen, hun persoonlijke skills verbeteren en waar bedrijven en jongeren bij elkaar komen.

In 2016 verruilen Jop en zijn vrouw Den Haag voor Bogota. Direct ziet Jop grote gelijkenis tussen Colombia en Zuid-Afrika. Zuid-Afrika heeft na de apartheid hard moeten werken aan verzoening. Jop schetst dat ook Colombia, nu er een einde lijkt te komen aan de burgeroorlog, voor de uitdaging staat in het reine te komen met zijn violent history. De internationale aandacht en de positieve flow die Zuid-Afrika door het WK-voetbal kreeg, genereert Colombia nu met het vredesakkoord met de FARC. Het is een bevestiging van de goede stappen die het land al een paar jaar aan het zetten is. De enorme rijkdom in natuur en cultuur maken het mogelijk dat Zuid-Afrika en Colombia zich in rustig vaarwater snel ontwikkelen en de landen doen het goed in vergelijking met hun regio. Tegelijkertijd zijn het niet voor niets emerging countries; de ongelijkheid, onder meer zichtbaar in extremen als grootgrondbezit en ernstige armoede, zijn voor beide landen een grote uitdaging.

Net als in Zuid-Afrika zoekt Jop naar mogelijkheden om de flow van Colombia te versterken. Het helpt dat Nederland en Colombia een klik hebben. Jop vertelt dat Nederlanders die Colombia bezoeken hier euforisch en verliefd vandaan komen. Ook is de markt voor sociaal ondernemerschap en MVO enorm in ontwikkeling en Colombia profiteert daarbij van de kennis van voorlopers als Nederland. Jop ziet dus veel kansen om zijn kennis naar Colombia te exporteren. Momenteel werkt hij onder meer met Rockstart, die onlangs zijn Nederlandse acceleratorprogramma voor technologische startups heeft uitgebreid naar Colombia. Jop werkt daarnaast aan de corporate social responsibility van impactinvesteringsfonds Buceros en doet projecten in de avocadosector en voor Red Bull Colombia. Daarnaast importeert hij het Zuid-Afrikaanse succes van The Experience Factory; Jop hoopt op 1 januari 2018 te starten met een Colombiaanse vestiging.

Jop Fam

Levenslustige duizendpoot
Kortom, ik zit met een duizendpoot aan tafel. Het duizelt me als ik hoor wat hij doet. Een aantal rode draden pik ik er uit: interesse in mensen, liefde voor reizen en zijn drive om maatschappelijke impact te realiseren. Met zijn tomeloze energie – en onrust! – resulteert dit in een jaloersmakend aantal mooie projecten. Het weerspiegelt Jops verlangen om alles uit het leven te halen. Door de overdosis aan levenslust lijkt Jop niet de standaard gezinsman. Toch vertelt hij met trots over zijn vrouw en drie kinderen, waaronder een tweeling. Voor Jop is het niet altijd makkelijk om de rust en regelmaat op te brengen die jonge kinderen nodig hebben. Dat zijn vrouw voor het ministerie van Buitenlandse Zaken werkt lijkt dan ook een match made in heaven – het geeft de vrijheid en ruimte om internationaal te blijven bewegen en nieuwe culturen, mensen en landen te ontdekken. Blij word ik van Jops energie, die zo goed past bij de sfeer die ik in Colombia proef; de wil om vooruit te gaan op een manier die goed is voor nu en later!
Voor meer informatie zie www.rainbowcollection.nl / www.experiencefactory.co.za of volg zijn avonturen op Twitter @jopblom

Cali – Colombiaans genieten 

Vanuit San José ben ik op zondag 9 april naar Cali in Colombia gevlogen. Ik wist niet goed wat me te wachten stond, behalve dat Cali de salsahoofdstad van Colombia wordt genoemd. Wat mij betreft doet het haar bijnaam eer aan, want ’s avonds wordt er op veel plekken gedanst en men is dol op rumba, zoals dansen en uitgaan in Colombia genoemd wordt. Het zijn voornamelijk kleine barretjes waar gedanst wordt, wat het erg relaxt maakt om een plekje op de dansvloer te bemachtigen. Natuurlijk heb ik van de gelegenheid gebruik gemaakt en heb ik vijf uur priveles salsa en bachata genomen. Ik dacht dat ik wel aardig kon dansen, maar op mijn salsaschool zagen ze dat toch anders! Het eerst uur besteed aan… schouders. Ik was blij verrast dat het echt technische lessen waren; in Nederland heeft in al die jaren nog nooit iemand me geleerd hoe mijn schouders te gebruiken! 

Ook de stad is zeker het bezoeken waard. Was Cali een aantal jaar geleden een no-go area, nu is het een stad waar je je heel ontspannen doorheen kunt bewegen. Er is veel geinvesteerd in bijvoorbeeld de boulevard (langs de rivier) en overal in de stad zie je beelden van katten. Ook barst het in de stad van de oude kerken en gebouwen. 


Niet alles is rozengeur en manenschijn, de stad kent ook een aantal wijken waar je (beter) niet kunt komen. En waar het historische centrum overdag zeker het bezoeken waard is, verandert het ’s avonds in een slaapplaats voor daklozen. De gevolgen van de geschiedenis van Colombia worden op deze manier zichtbaar; het aantal mensen dat zich vanwege de burgeroorlog gedwongen zag te verhuizen of te vluchten is gigantisch. Ik zal binnenkort wat schrijven over hoe men hier aankijkt tegen de burgeroorlog en het vredesakkoord met de FARC. 

Maar het allerleukst aan Cali zijn de mensen. Wat zijn ze aardig, geinteresseerd en open! Niet alleen volwassenen, ook jongeren maken met plezier een praatje en zijn heel benieuwd naar waar ik vandaan kom en wat ik hier kom doen. Ik verbleef in de wijk San Antonio, in hostel Encuentro (aanrader!). 

Op loopafstand van het hostel waar ik verbleef is een groot park met kerk. Omdat het Semana Santa was (een vrije week voor veel Colombianen) gingen veel Colombianen lekker aan de wandel. En omdat het zulke open mensen zijn, maakte dat het super makkelijk om een praatje aan te knopen. Ik hoefde eigenlijk alleen maar op een bankje te gaan zitten en de rest van de avond vulde zich vanzelf met leuke ontmoetingen.

Tot ziens!