Home sweet home

Na 2.5 maand onderweg te zijn geweest ben ik nu bijna drie weken thuis. Gelukkig heb ik mijn belofte om de zon mee te nemen kunnen inlossen – niet geheel belangeloos overigens. Heerlijk om Ronald weer te zien, met mijn ouders over het strand in Ameland te lopen en vriendinnen over de vloer te hebben. En de hangmat in Wassenaar blijkt een prima plek om alle indrukken van de afgelopen tijd te laten indalen.

Afgelopen maandag ben ik na drie maanden vol avonturen de toren van BZK weer binnengestapt. Niet met tegenzin, omdat het leuk is om mijn collega’s weer te zien en er op het ministerie altijd interessante dingen spelen. Wel met het gevoel dat het tijd wordt voor een nieuwe stap – en dat is eigenlijk ook niet zo gek na (bijna) zes jaar.

Met de afstand en inspiratie van de afgelopen maanden ben ik in ieder geval beter in staat te formuleren hoe die volgende stap er uit zou moeten zien. Ik wil met projecten bezig zijn die resultaat hebben, in een internationale omgeving. Een kleinere en snellere organisatie zou daar goed bij passen. En ik wil ergens werken waar inhoudelijke bevlogenheid gewaardeerd wordt! Werk met maatschappelijke impact blijft voor mij van groot belang en onder meer Lendahand (www.lendahand.com) en andere leuke ontmoetingen hebben bevestigd wat ik al dacht; ook het bedrijfsleven kan dat hebben. Werk op het kruispunt van publiek-privaat past daarbij! In thema’s als duurzaamheid, social impact, stimuleren van ondernemerschap en fair trade komt dit allemaal samen; sectoren die ik de aankomende periode graag verder ontdek.

Deze reis was daarnaast een mix van dingen waar ik ontzettend gelukkig van word: op ontdekking zijn! Ik heb genoten van het aanpassen aan een andere omgeving, nieuwe contacten leggen, een andere taal spreken, eindeloos veel vragen kunnen stellen en daar over schrijven. Een reminder waarom ik culturele antropologie ben gaan studeren, en voeding voor het duiveltje op mijn schouder die denkt dat een carrière in de journalistiek toch ook geen gekke keuze was geweest. Dank voor de positieve reacties op mijn berichten!

Hoe de volgende stap er precies uit gaat zien kan ik dus niet voorspellen. Maar ik heb er zin in – ook in de zoektocht die daar bij hoort en die de laatste maanden eigenlijk al gestart is. In zekere zin de ultieme voortzetting van vagabundear. Daarom gaat deze site nog niet uit de lucht. Bovendien hebben jullie nog wat van me tegoed! De aankomende weken gaat Lendahand de blogs publiceren die ik voor hen geschreven heb naar aanleiding van mijn interviews met kleine ondernemers in Bogota. Ik zal er hier een aantal publiceren. Daarnaast volgen er nog twee interviews met Nederlandse ondernemers in Bogota; social impact op zn best!

Hasta pronto dus. En… heb je suggesties voor contacten, evenementen, vacatures of boeken waarvan je denkt dat die me kunnen helpen bij een volgende nieuwe stap? Ik houd me warm aanbevolen!


Colombia – veiligheid is luxe 

In mijn vorige blog schreef ik al dat je de laatste jaren als toerist relatief gemakkelijk en veilig door Colombia kunt reizen. Het kunnen kiezen van waar je heen gaat en hoe je dat doet is een luxe die ervoor zorgt dat je veilig van dit prachtige land kunt genieten. Helaas kunnen veel Colombianen zich dit niet veroorloven en brengt de dagelijkse realiteit wel degelijk risico’s met zich mee; de plek van je wieg bepaalt vaak ook je veiligheid.

Want hoewel de situatie in Colombia ontzettend verbeterd is, is er ook nog een hoop te winnen. Alle grote(re) steden kennen erg slechte wijken, met bendes en (drugs)criminaliteit. In Bogota heb ik samen met de lokale kredietorganisatie Eclof 20 kleine ondernemers geinterviewd (daarover later meer). Het grootste deel van deze ondernemers wonen en werken in het (arme) zuiden van de stad. De veiligheidssituatie verschilt daar sterk, per wijk, per blok en zelfs per straat. Voor een aantal interviews was het dus echt zaak de autodeuren en ramen dicht te houden (niet lekker in een bloedhete Kia Picanto) en recht voor de deur te parkeren. En dan hebben we de echt slechte wijken niet gezien, want daar kan ook Eclof niet werken. Dit zijn onder andere de ‘invasiones’, sloppenwijken die zonder planning zijn ontstaan. Een deel van deze wijken maakt inmiddels officieel onderdeel uit van de stad, maar bijvoorbeeld nog geen maand geleden ontruimde Bogota 1200 personen die zich op de berghelling van de Monserrate hadden gevestigd. In 2015 woonden er in Bogota naar schatting 34.000 mensen in dergelijke sloppenwijken. Niet gek, als je je bedenkt dat door de burgeroorlog ongeveer 7 miljoen Colombianen hun thuis hebben moeten verlaten. 12.5% van de bevolking is ‘desplazado’, oftewel gevlucht in eigen land.

Foto genomen vanuit het noorden van de stad

De gevolgen van de burgeroorlog tekenen het huidige Colombia. Het vredesakkoord met de linkse ‘guerillas’, oftewel de FARC, is daarom van groot belang voor een rustige toekomst. Het maakt een einde aan de moorden, kidnappingen en bedreigingen van de FARC. In Cali vertelde een jongen van mijn leeftijd hoe hij zich herinnert dat de FARC met bussen zijn buurt in reed om tijdens een kerkdienst alle kerkgangers te kidnappen. Ongeveer 70 personen werden meegenomen de bergen in en kwamen (en helaas niet allemaal) pas na twee jaar terug. Geen opzichzelfstaande gebeurtenis helaas, zo wordt me duidelijk als ik later in gesprek met andere mensen hiernaar verwijs.

Doordat de FARC vooral opereerde vanuit de bergen en het oerwoud zijn de mensen op het platteland onevenredig vaak slachtoffer geworden van de burgeroorlog. Ofwel omdat ze zijn verjaagd, bedreigd of vermoord, ofwel omdat ze ongewild onderdeel zijn geworden van de strijd tussen de FARC, de regering en andere partijen. Voor mij werd deze complexiteit van de burgeroorlog zichtbaar op een prachtig gelegen, maar verlaten boerderij in de bergen van Salento. Men vertelde me dat hier 8 boeren zijn vermoord, als vergeldingsactie op de FARC. Maar op de muur staat met graffiti ‘No eran guerillas’ geschreven, oftewel ‘Het waren geen FARC-leden’. Deze zin vat samen hoe het conflict de mensen hier tussen twee, of soms meerdere, vuren heeft geplaatst.

Verlaten boerderij in Salento

Want naast de FARC zorgt ook de andere kant van het spectrum voor veel onveiligheid. Onder de vorige (en wellicht toekomstige?) president Uribe zijn de ‘autodefensas’ opgericht, burgers die met steun van de regering hun (groot)grondbezit verdedigden. De laatste decennia zijn deze knokploegen echter uitgegroeid tot paramilitairen, die in sommige gevallen met marteling en moord net zo min de verlangde veiligheid brachten. Dus hoewel er nu gewerkt wordt aan ontwapening van de FARC zijn het in veel gebieden nog steeds de paramilitairen die voor ‘rust en orde’ zorgen.

Ook zijn in bepaalde regio’s nog andere groeperingen, als de ELN actief.  Zo zijn aan de Pacifische kust vorige maand weer 900 families op de vlucht geslagen voor geweld. De grote drugsproductie – en bijbehorende kartels – maken deze complexe situatie alleen nog maar ingewikkelder. Overigens merk ik dat Colombianen wel gefrustreerd zijn over het feit dat de productie en handel in drugs zo lucratief is door de enorme vraag in Amerika en Europa. Ik bespeur een gevoel van wel de ‘lusten’ – maar niet de lasten.

Na het horen van al deze verhalen verbaast het me minder dat de Colombianen het vredesakkoord in eerste instantie hebben verworpen. Zoals Nederlandse media al (goed!) berichtten is er vooral op het platteland steun voor een akkoord met de FARC. De mensen die ik spreek in Cali en Salento – voormalig FARC gebied – zijn blij met het akkoord: men wil vrede. De negatieve reacties die ik daar ook hoor hebben vooral betrekking op het niet aanpakken van de paramilitairen. Sommige mensen geven zelfs aan meer begrip voor de FARC te kunnen opbrengen omdat zij een ideologie verdedigden. In hun ogen moordden de paramilitairen vooral voor geld en de mogelijkheid hun betrokkenheid bij de drugshandel te kunnen voortzetten. In Bogota – waar men relatief weinig van de oorlog heeft gemerkt – kreeg ik hele andere reacties. Daar vindt men dat de FARC veel te goed weg komt; zij krijgen voor reintegratie een hoger bedrag dan een gemiddelde politieagent verdient. Betaald door hun belastinggeld!

Aan de Caribische kust merkte ik aan den lijve dat de invloed van de paramilitairen erg groot is. In het kleine kustplaatsje Palomino werd ik vlak na het schrijven van mijn vorige blog (ja ironie – ik schrijf nooit meer iets over veiligheid) in mijn nek gesprongen door een puber met onduidelijke – maar slechte intenties. Gelukkig wist ik hem van me af te duwen en na flink gillen stond iedereen van het hotel vijftig meter verderop gelijk op straat. De politie werd gebeld, en interessanter – meteen werden de motortaxi’s ingelicht. Men legde me uit dat zij nauwe banden hebben met de paramilitairen (of misschien zijn ze het wel..?) en zij zouden de straat dus wel even uitkammen.. Hoewel geschrokken heb ik (vooralsnog, gelukkig!) nauwelijks last van het incident – en geeft het een bijzonder inkijkje in hoe het land werkt. Het is een extra motivatie om ervoor te zorgen dat ik volgende week veilig naar huis kom – gelukkig heb ik de luxe dat ik hier kan reizen en me relatieve veiligheid kan permiteren door bijvoorbeeld een taxi of uber te bestellen.
http://colombia.jairobernal.com/vn-slaat-alarm-toename-vluchtelingen/