Colombia – Gevaarlijk mooi

Wanneer ik in Nederland vertelde dat ik naar Colombia ging, kreeg ik – zo ongeveer – twee soorten reacties; ‘Aaaaaah Colombia! Pas maar op, je wordt verliefd op dat land!’ of ‘Leuk, maar is dat niet gevaarlijk?’. Beide reacties zijn logisch. Hoewel wat mij betreft het grootste gevaar is nooit meer weg te willen, is Colombia geen (noem eens wat..) Hoevelaken. Het imago van een gevaarlijk en onbereisbaar land is echter onterecht en daarom – gelukkig – ook snel aan het veranderen. Desondanks heeft de heftige en complexe geschiedenis van het land vandaag de dag nog steeds effect op de veiligheid. 

Maar – voor de mensen die de tweede vraag stelden – als toerist kan je Colombia veilig ontdekken, zonder iets te merken van het bestaan van drugskartels of van de (deels gestreden) strijd tussen onder meer FARC en de paramilitairen. Hoewel ik weet dat ik de dag niet moet prijzen voordat de avond is gevallen, ervaar ik Colombia als een veilig land om in rond te reizen. Het openbaar vervoer is goed geregeld en in de grote steden is Uber een uitkomst. Het belangrijkste is echter dat mensen ontzettend behulpzaam zijn en bereid me uit te leggen waar ik (beter niet) heen kan. Het is me al zo vaak gebeurd dat mensen meelopen en de weg wijzen. Ook wil iedereen die ik ontmoet het liefst nummers uitwisselen. Voor als er ooit iets mocht zijn en ik hulp nodig heb, en gewoon omdat ze het leuk vinden. Nu hoor ik je denken: Echt?! Dat is wel een hele goedkope versiertruc… Maar schaam je – het zijn eigenlijk nooit mannen met rare bedoelingen. Sterker nog, het zijn meestal vrouwen! Zo zat ik onderweg naar Armenia naast een dame uit Cali in de bus. We hebben over van alles gepraat en zoals vaker was het wederzijds uitwisselen van foto’s van familie en thuis een groot succes. In Armenia, dat overigens over een keurig busstation beschikt, vertrok ze pas toen ik met bagage en al in de bus naar Salento zat. Inmiddels, ruim drie weken later, krijg ik nog steeds berichtjes van haar; of alles goed gaat? Ze stuurt me een foto van haar vriendinnen die naar me zwaaien en vraagt of ik echt geen tijd kan maken om nog een keertje naar Cali te komen. 

Aan selfies van leuke ontmoetingen dus geen gebrek – ik pas me graag aan aan lokaal gebruik. Hier volgen er een paar: 


Ook het reizen ‘als vrouw alleen’ ervaar ik niet als lastig. Hoewel me soms met wel heel veel enthousiasme een goede dag wordt gewenst, heb ik me nog op geen enkel moment ongemakkelijk of onveilig gevoeld. Tijdens mijn taxirit naar Bogota airport (ik ben gisteren naar Santa Marta gevlogen), heb ik met de taxichauffeur een half uur over de geschiedenis van Colombia en het Panamakanaal gepraat. Hij vertelde dat hij veel van geschiedenis houdt en dat hem dit een fijner gespreksonderwerp voor mij leek dan de vraag of ik een vriend heb. Waar hij vervolgens toch wel nieuwsgierig naar was 😉  

Maar… ik ben in de luxepositie dat ik kan kiezen welke plekken ik mijd. Ook veiligheid is niet eerlijk is verdeeld in de wereld en in Colombia is het van groot belang waar je wieg staat. In mijn volgende blog kom ik daarop terug. 

Cali – Colombiaans genieten 

Vanuit San JosĂ© ben ik op zondag 9 april naar Cali in Colombia gevlogen. Ik wist niet goed wat me te wachten stond, behalve dat Cali de salsahoofdstad van Colombia wordt genoemd. Wat mij betreft doet het haar bijnaam eer aan, want ’s avonds wordt er op veel plekken gedanst en men is dol op rumba, zoals dansen en uitgaan in Colombia genoemd wordt. Het zijn voornamelijk kleine barretjes waar gedanst wordt, wat het erg relaxt maakt om een plekje op de dansvloer te bemachtigen. Natuurlijk heb ik van de gelegenheid gebruik gemaakt en heb ik vijf uur priveles salsa en bachata genomen. Ik dacht dat ik wel aardig kon dansen, maar op mijn salsaschool zagen ze dat toch anders! Het eerst uur besteed aan… schouders. Ik was blij verrast dat het echt technische lessen waren; in Nederland heeft in al die jaren nog nooit iemand me geleerd hoe mijn schouders te gebruiken! 

Ook de stad is zeker het bezoeken waard. Was Cali een aantal jaar geleden een no-go area, nu is het een stad waar je je heel ontspannen doorheen kunt bewegen. Er is veel geinvesteerd in bijvoorbeeld de boulevard (langs de rivier) en overal in de stad zie je beelden van katten. Ook barst het in de stad van de oude kerken en gebouwen. 


Niet alles is rozengeur en manenschijn, de stad kent ook een aantal wijken waar je (beter) niet kunt komen. En waar het historische centrum overdag zeker het bezoeken waard is, verandert het ’s avonds in een slaapplaats voor daklozen. De gevolgen van de geschiedenis van Colombia worden op deze manier zichtbaar; het aantal mensen dat zich vanwege de burgeroorlog gedwongen zag te verhuizen of te vluchten is gigantisch. Ik zal binnenkort wat schrijven over hoe men hier aankijkt tegen de burgeroorlog en het vredesakkoord met de FARC. 

Maar het allerleukst aan Cali zijn de mensen. Wat zijn ze aardig, geinteresseerd en open! Niet alleen volwassenen, ook jongeren maken met plezier een praatje en zijn heel benieuwd naar waar ik vandaan kom en wat ik hier kom doen. Ik verbleef in de wijk San Antonio, in hostel Encuentro (aanrader!). 

Op loopafstand van het hostel waar ik verbleef is een groot park met kerk. Omdat het Semana Santa was (een vrije week voor veel Colombianen) gingen veel Colombianen lekker aan de wandel. En omdat het zulke open mensen zijn, maakte dat het super makkelijk om een praatje aan te knopen. Ik hoefde eigenlijk alleen maar op een bankje te gaan zitten en de rest van de avond vulde zich vanzelf met leuke ontmoetingen.

Tot ziens!

San JosĂ© – een hippe tegenhanger van de Costaricaanse natuur 

Zoals ik beloofd zet ik hierbij mijn niet-culinaire ervaringen in San JosĂ© op papier. Voor mij was deze citytrip naar de hoofdstad van Costa Rica een perfecte tegenhanger voor de overdadige natuur van dit prachtige land. En extra leuk omdat ik dit kon combineren met een afspraak op de Nederlandse ambassade. Met San JosĂ© als uitvalsbasis wordt hier aan onderwerpen als mensenrechten en handel in maarliefst vijf landen gewerkt; Costa Rica, Guatamala, Honduras, Nicaragua en El Salvador. Een hartstikke interessant gesprek! 

Nederlandse ambassade in Costa Rica


En dan de stad.. Ik verbleef in een rustig en groen deel van de stad, ingeklemd tussen Barrio Buena Vista en Barrio Escalante. Een prima uitvalsbasis! Na een verrassend soepele aankomst in San José zijn Ronald en ik het stadscentrum ingegaan. Dat was een enigszins overweldigende ervaring; het stadscentrum is druk en levendig. De winkels prijzen hun waar uitbundig aan en als het even meezit schalt iemand de aanbieding van de dag per microfoon over straat. Straatverkopers zijn van alle markten thuis; fruit, snacks en speelgoed. Maar ook als je verlegen zit om een tweedehands afstandsbediening ben je bij hen aan het juiste adres. Tel daar straatmuzikanten, artiesten en predikers bij op en de cocktail van Latino-levendigheid is compleet!

Ik voelde me er behoorlijk veilig, mede door de enorme hoeveelheid politieagenten op de fiets en in de auto. Toch is het een omgeving om enigszins op je hoede te zijn, helemaal omdat het centrum uitwaaiert in een aantal wijken waar je niet de toerist moet uithangen. 

Vis en vlees

Slagershumor


De groene en rustige omgeving van het Museo Nacional is een welkome afwisseling van de drukte van het centrum. Dit is een prachtig gebied waarin duidelijk wordt geinvesteerd. Met het opknappen van een aantal statige oude gebouwen, het aanleggen van goede wandelpaden en het onderhoud van de verschillende parken is een gebied gecreerd waar het heerlijk is om de middag door te brengen. 

Calle 17

Parque nacional


De street art geeft een hippe uitstraling aan de wijk en dat heeft effect; er openen kleine winkeltjes en restaurants die in Nederland gerust het predicaat hipster krijgen. Grotere ontwikkelingen, zoals de heropening van het Jade museum in een nieuw en speciaal hiervoor ontworpen pand, dragen bij aan de allure van de stad. Wat mij betreft is San Jose dus een stad om in de gaten te houden! 

Street art, van oa de Duitse ambassade

Calle 17

Fotoshoot

San Jose – (culinair) ondergewaardeerd!

Costa Rica trekt vooral natuurliefhebbers, zoveel staat vast. Surfen, raften, hiken, vogels en walvissen spotten, vissen, canopy: Volgens Bever begint buiten bij hen – ik denk dat Costa Rica een betere start is.

De overweldigende outdoor mogelijkheden zorgen voor een natuurlijke selectie in het ‘soort’ toerist dat voor Costa Rica kiest. Toch verklaart het voor mij niet waarom de meeste reisgidsen een aversie tegen San JosĂ© hebben. Voor zover ze al enige aandacht besteden aan de hoofdstad, is het advies toch vooral ‘overslaan’. Natuurlijk moet je hier snel de natuur in, maar San JosĂ© afdoen als ‘niet de moeite waard’ vind ik te kort door de bocht.

Niet alleen omdat de stad mooie plekken kent – hierover later meer – je kunt hier echt goed en leuk eten! De omgeving van calle La Luz (calle 33, barrio Escalante) barst van de originele restaurants. Ronald en ik lunchten bij Saul Bistro Escalante, een fantastisch ingericht restaurant met goede italiaans geinspireerde keuken. Google leert me dat dit onderdeel is van de lifestyle die het Midden-Amerikaanse kledingmerk Saul Mendez neerzet, met bijbehorende bistro’s in Guatamala en Costa Rica!

saul

De dag erna eet ik een heerlijke vegetarische lasagne bij Apotecario. De kombucha die ik er bij drink is een in Costa Rica gebrouwen ijsthee-achtig drankje dat super gezond schijnt te zijn. Goedkoop is het overigens niet, maar hip zeker!

drank

Het zelf-brouwen is sowieso goed doorgedrongen in Costa Rica (en overigens ook in Panama!). Veel lokale brouwerijen maken hier hun eigen bier, hoewel ik meer fan ben van de simpele, maar erg lekkere Imperial. Een ander restaurant in San JosĂ© dat bij ons erg in de smaak viel was Esquina de Buenos Aires. Een levendig Argentijns restaurant waar reserveren geen overbodige luxe is, met – uiteraard – heerlijk vlees.

Kortom, San JosĂ© is in ieder geval the place to be voor een heerlijke lunch of diner in Costa Rica. Of het verder ook de moeite waard is? Daar kom ik later op terug!